Het winnen van zijde
Zijde is een bijzonder fijne, natuurlijke vezel en wordt gewonnen uit de cocon van de zijderups, de larve van de zijdevlinder. De mooiste en beste zijde komt van de Moerbeispinner. De rupsen verpoppen zich, waarbij ze met spinklieren zijde produceren en deze in de vorm van wel tot 300.000 lusjes rondom zich winden. Om zijde te winnen worden de cocons, kort voordat de larven uitkomen, in heet water gelegd om de zijderupsen te doden. Dit om te voorkomen, dat de cocons door het uitkomen gaan scheuren. Een cocon bestaat uit een ononderbroken lange draad (filament), die tussen 2400 en 3000 m. lang is. Dit zijdefilament is het fijnste filament van alle natuurlijke vezels. Er worden altijd 5-30 cocons tegelijk afgewikkeld of gehaspeld (haspelzijde) en tot een enkele zijdendraad samengevoegd, die zich na reiniging laat verwerken tot textiele producten. Voor 259 gr. zijde zijn rond 3000 cocons nodig (ca. 1 kg.). Meestal kan echter maar 1/3 van een cocon in een keer worden afgewikkeld. De resterende 2/3, meestal van de binnen- en buitenkant van de cocon, zijn te vezelachtig en worden later weer tot een andere draad gesponnen (chappenzijde). Deze zijde is iets minderwaardig en dus niet zo kostbaar als de haspelzijde.
Zo werd zijde bekend
Zijde komt oorspronkelijk uit China en zou door de Chinese Keizerin Se-ling-schi zijn uitgevonden, die in de derde eeuw voor Chr. zijdecocons in haar tuin ontdekte en uitvond hoe de rupsen te kweken en de cocons tot draden te spinnen. Ze werd daardoor beschermvrouwe van de zijderupsen en al gauw als hun godin vereerd. Vanaf die tijd begon zijde economisch en in het sociale leven een belangrijke plaats in te nemen en de navraag groeide voortdurend. Gedurende honderden jaren hoedden de Chinezen het geheim van de zijdewinning en het was streng verboden de eieren van de zijderups uit te voeren. Zijdegarens- en stoffen werden al in de Oudheid over de bekende zijdestraat naar Europa uitgevoerd en daardoor een handelswaar van groot belang. Het transport over duizenden van kilometers was destijds moeizaam en gevaarlijk. Voortdurend was er bedreiging door overvallen en beroving van de kostbare vracht. Een van de straten liep vanaf de Zwarte Zee via Istanboel naar Rome. Een andere liep door Baktra en Mesopotamië naar de rijke steden in Syrië en een weer andere naar de Perzische Golf.
De Handel met zijde
Op deze zijdestraten werden onder andere ook kruiden, thee, papier, glas, levensmiddelen en wierrook getransporteerd. In het bijzonder bij de oude Romeinen waren zijden stoffen zeer gevraagd en wilde men het geheim van de productie opsporen. Pas in de zesde eeuw na Chr. brachten Arabieren de eieren van zijderupsen naar Spanje, Sicilië en Zuid-Italië en vandaar uit ook naar Noord- Italië. Dit vormde de basis van de bloei van de zijdeproductie in Venetië, Lucca en Florence in de 16e en 17e eeuw. Later kwam de hoge kunst van de zijdeweverij ook naar Frankrijk, dat vervolgens het belangrijkste land voor de productie van zijden stoffen werd. In Duitsland begon de fokkerij van de Moerbeispinner pas in de 18e eeuw, dus meer dan 4000 jaar na het begin in China. Vandaag de dag zijn China, Indië en Japan de belangrijkste productielanden voor zijde. In de totale wereldproductie van vezels neemt zijde echter maar een zeer bescheiden plaats in.
